Uitgebloeide stellen

Sara rekent af met uitgebloeide stellen

Wanneer de liefde pril is, zie je ze wel eens zitten of lopen: in schril contrast met jezelf en je liefje aan je zijde. Wanneer de liefde bijna dood is, zie je ze niet meer zitten of lopen, maar ben je het zelf geworden. Een uitgebloeid stel. Een zwijgend, mokkend duo. Een uitgeblust echtpaar. Een dood stelletje. Ga dan uit elkaar! roept iets vanuit de verte, maar dat wil je nog niet horen. Omdat je voor elkaar wilt gaan, of moet knokken of wat dan ook, maar dood is dood. Ik ben een keer enorm geschrokken in een restaurant. En dit keer was het niet van de rekening. Ik zat met mijn toenmalige vriendje aan het beste tafeltje, met heerlijk eten en een goede sfeer. In het restaurant dan. Vriend en ik waren een half jaar bij elkaar. En niet alleen de glans, ook de lak, en de laag onder die lak, was er inmiddels wel van af. Een half jaar eerder had hij nog geamuseerd naar mijn verhalen geluisterd en boog ik de hele avond geregeld naar voren om zijn hand aan te raken en dichter bij hem te zijn. Hij vond mijn veel te harde lach aanstekelijk. Ik vond zijn filosofieën fascinerend. Hij hield van mijn provocaties. Ik vond zijn rust heel prettig. Nu zat ik tegenover een semi-intellectueel die zichzelf graag hoorde praten met z'n suffe uitstraling. En hij tegenover een grenzeloze hysterica die veel te hard lachte. "Sssst, alle mensen kijken!" had hij me toegesist. Ik lachte overigens niet om hem, uiteraard niet, maar om een sms van een vriendin. Prille stelletjes zetten hun telefoon uit om alleen aandacht voor elkaar te hebben. Dode stelletjes vinden het wel prettig als die mobiele wekker zo nu en dan gaat. Na een tijdje zwijgen en domme opmerkingen over een gerecht of de neus van de ober, komt dan Het Gesprek. Iets moeilijks. Iets waarvan je weet, dat je er ruzie over zult krijgen. Een dode koe uit een sloot of een lang opgeborgen irritatie. Maar dan valt er tenminste wat te praten. De schrik kwam door een lief stelletje aan een tafel bij het raam, dat me mateloos irriteerde. Zij zeiden ook niet veel, maar dat zwijgen was niet zwaar en bedrukkend zoals bij ons. Hij keek liefdevol naar haar, zij werd soms verlegen van hem. En ik schrok van mijn ergernis. Ik gunde ze het niet. Ik dacht zelfs: wacht maar, jullie worden net zo erg als wij. Na een paar uur stond het stelletje op en zag ik door hun vertrek onze reflectie in het raam. Drie dagen later heb ik het uitgemaakt. Hij verweet me dat ik veel te snel opgaf en dat ieder stel zo zijn fases heeft. Dat begreep ik, maar ik zag ons niet meer opbloeien. 'Ga dan uit elkaar, dood is dood.' Mijn nieuwe liefde vindt het fantastisch wanneer ik zo hard moet lachen. En over een paar jaar... nog steeds.